Tweeledig vind
haar oorsprong op een middelbare school in Utrecht: de Openbare Schoolgemeenschap
"Hendrik van der Vlist", en de twee jaar daarna. In de periode van 1986 tot 1993
zaten Jasper Langedijk (1973) en Xander Jongejan (1973) op deze school. Jongejan
kwam een paar jaar na Langedijk op de school, en Langedijk was twee jaar eerder
van de school verdwenen.
Eén jaar deelden zij daadwerkelijk hetzelfde leerjaar.
In dat jaar hadden ze bij het vak Nederlands, gegeven door docent Piet Broeders
(inmiddels met pensioen), die eenmaal per week in het computerlokaal les gaf (naast
de twee andere lessen Nederlands in een gewoon klaslokaal). In dat computerlokaal
kregen ze schrijfopdrachten. Soms was de opdracht een verslag of een betoog, soms
een kort verhaal. Er werd in tweetallen gewerkt (vanwege het aantal beschikbare
computers). Jongejan en Langedijk werkten daar (vooral) niet samen; ze hadden
alletwee iemand naast zich die enerzijds met plezier meewerkte aan de altijd wat
extremer aangepakte uitvoeringen van de opdrachten, en die anderzijds gemakkelijk
een forse stap opzij deden wanneer dat gepast was binnen de samenwerking. Pas
bij de allerlaatste opdracht van hun jaar samen, bundelden zij (voor het eerst)
de krachten. Ze schreven een zeer flauw stuk, over twee knapen die op school
een verhaal moeten schrijven. De opdracht was een kort verhaal of betoog over
aanpassen. Een opvallend onderwerp, in het licht van de aanpassingen die
zij van hun vorige schrijfpartners verwacht en gekregen hadden, en zeker gezien
in het licht van het gebrek aan inschikkelijkheid van hen; ten opzichte van elkaar.
Ze kregen uiteindelijk niet meer dan een dikke voldoende (iets van een zes of een
zeven), maar dat moet in het juiste perspectief gezien worden: zij hadden hun lat
wat hoger laten leggen, door hun eerdere werk en zeker ook door de branie. Na dat
jaar verliet Langedijk de OSG Hendrik van der Vlist. Hij betrok een andere school.
Terwijl Jongejan 5 VWO deed op hun oude school, maakte Langedijk er een potje
van op het volwassenenonderwijs (waar ze hem heerlijk vrij lieten). Ze hielden
leuk, maar oppervlakkig contact. Het ging eigenlijk nooit over schrijven. Het
jaar daarop deed Xander zijn VWO examen, en Jasper, moe van het verprutsen en falen,
versneld HAVO examen (jaar 4 en 5 ineen, waar hij ruimschoots voor in aanmerking
kwam gezien zijn CV van toen al 6 jaar VWO -mits men niet naar de details keek).
Ten tijde van dat eindexamenjaar kreeg Langedijk spontaan (einde in zicht, eindelijk
constructief bezig) zoals men dat noemt 'de geest'. Bijna bij toeval kwamen de twee
elkaar weer tegen op het schoolplein van van de OSG Hendrik van der Vlist (op dat
moment omgedoopt naar het Prisma College). Langedijk kwam daar nog wekelijks
op de koffie omdat zijn vrienden daar nog bijna allemaal op hun lessen volgden.
Jongejan sprak Langedijk aan terwijl die van hem wegwandelde om koffie te halen.
Jongejan had een papier in zijn hand. Langedijk liep terug en keek naar het papier.
Het was een literatuurlijst voor de mondelinge examens Nederlands. Jongejan vroeg
of het een idee was de krachten te bundelen. Niet zozeer samen lui zijn: nee, samen
(met wat branie) geweldig zijn. Langedijk was daar direct voor te vinden. Dit was
(zelfs toen al) een plechtig moment(je).
Niet veel later zwommen de twee in de boeken en in de aantekeningen. Ze scoorden
beiden de hoogst mogelijke resultaten voor hun mondelingen examens (voor alle talen)
en ze slaagden beide voor het eindexamen.
Na de examens waren ze mentaal vergroeid. Met nog een vriend waren ze zichzelf een
tijdje de Empirische Drie-Eenheid gaan noemen, en onder dat motto lazen ze
boeken, schreven ze teksten en wisselden ze ideeën uit. De Drie-Eenheid heeft niet
zo lang stand gehouden, maar tweederde van die Drie-eenheid; Langedijk en Jongejan
richtte later Stichting Tweeledig op. Op weg naar dat moment, in december 1994,
werd Jongejan gevraagd door een basisschool (Het Praathuis in Culemborg) om een
afscheids-musical voor de laatstejaars (groep acht) te schrijven en regisseren.
Jongejan ging direct bij Langedijk langs. In die periode spraken ze één keer in
de week 's ochtends af, meestal op zaterdag. Jongejan stond dan bij het ouderlijk
huis van Langedijk voor de deur. Langedijk lag dan meestal nog (met zijn kleren aan)
te slapen. Wanneer Jongejan de slaapkamer binnen was, startten zij direct de
vergadering.
Het was vanzelfsprekend dat de musical gemaakt zou worden, en het was vanzelfsprekend
dat ze het samen gingen doen. In 1995 werd 'hun' musical 'Waar is Erik?' opgevoerd.
Het was een flink off-beat (chaotisch maar leuk) product. Het idee was dat in musicals
voor basisscholen nogal eens een kind kwijt is (Langedijk zelf speelde in "Waar is
Jantje" op zijn basisschool). Zij besloten te kiezen voor een wat ander verhaal met
een misleidend doorsnee titel. Het kind zou kwijt zijn, maar dan anders; in een
raamvertelling die drie parralelle verhalen diep uiteen zette, waarbij de hoofdpersonen
feitelijk hetzelfde personage was, maar dan op een andere leeftijd, in een andere tijd
en plaats. [Zo vertelde een opa aan zijn kleinkinderen een verhaal over een zwerver
die zijn dromen (verhalen) vertellend zijn voedsel en onderkomen losbedelde. De
mensen aan wie hij de dromen vertelde, vonden dat leuk en stelden daar wat tegenover.
Op een kwade dag kwam de zwerver echter in het verkeerde land aan. Een boze tovenaar
met harem ('Zwijg, vrouwen!') had dromen verboden omdat hij zelf nachtelijks zijn
bed beplaste doordat hij eng droomde. De zwerver werd gearresteerd en bij de tovenaar
gebracht. De tovenaar beschuldigde hem van alles wat los, vast en onwaar was (de zwerver
gaf natuurlijk geen antwoord aan deze Pontius Pilatus) en veroordeelde hem per direct
tot de dood ("hij zal worden gespiesd en verscheurd, waarna zijn resten zullen dienen als
varkensvoer -als die je tenminste lusten!"). De tovenaar had ook een dochter en deze
dochter was moe van de saaiheid van haar leven en nieuwsgierig naar de verhalen van de
zwerver. Uiteindelijk mocht de zwerver een verhaal vertellen om eventueel zijn leven te
redden. Het kostte wat moeite, maar zijn verhaal over Erik, die met zijn vriendjes
in het bos gaat zoeken naar een plek waar hij van gedroomd heeft (dus hij wéét waar
het is), verloste de tovenaar van zijn droomangsten, redde de zwerver zijn leven en
maakte de kleinkinderen een hele avond geboeide luisteraars.] Misschien iets te
ingewikkeld voor groep acht (en de doelgroep: groep één tot en met zeven en de ouders).
Achteraf. Maar ze vonden het allemaal leuk om te doen. En ze hadden een
afscheidsmusical zoals maar weinig anderen die gehad hebben.
In 1996 regisseerde Jongejan een kort tweeluik op toneel onder de noemer 'experiment'
binnen zijn studie. Hij kreeg daarvoor van de Universiteit Utrecht (Het Produktiebureau
Theater) oefenruimte, een theaterzaal voor twee avonden en een symbolisch budget
van vijftig gulden. In ruil daarvoor moest hij een theaterexperiment doen. Het
experiment zat voor hemzelf het meest in het feit dat het zijn eerste regie zou
zijn, maar dat was geen geldig argument om de faciliteiten van de Universiteit
te krijgen. De aanleiding om het experiment aan te vragen was de tekst 'Comutatie'
de hand van Langedijk.
Jongejan had zich na het lezen van die (tamelijk korte, maar eerste voltooide) dramatekst
als doel gesteld het opgevoerd te krijgen. Om dat te realiseren zou hij een experiment
moeten aanvragen bij zijn studie, en daar zouden ze een ander experiment willen dan
'Xander kijkt hoe het hem vergaat bij het regisseren van een tekst van Jasper'. Dus
werd het een tweeluik, en het kreeg de titel Tweeledig (doordat het tweedelig was,
doordat Jongejan en Langedijk als Twee-Eenheid te werk gingen bij het maken van de
voorstelling en doordat beide delen van de voorstelling bol stonden van de ambivalentie).
Langedijk vertaalde en (soort van) bewerkte als een bezetene de tekst Giacomo Joyce
van James Joyce (Lanhgedijks stokpaardje), waarna Jongejan het weer bewerkte en
regisseerde. Bij de uitvoering van die tekst zat een man in de lichtcabine de tekst
voor te dragen, terwijl het publiek naar een hypnotiserend (zo bleek het te werken)
wit stipje (alle lichten uit, behalve een spotje wat een lichtcirkel ter grootte van
een voetbal opleverde) keek. Hoe het wetenschappelijk gezien afliep is niet interessant
op dit moment. Dat de stichting die een jaar later opgericht werd Stichting Tweeledig
moest gaan heten is een direct gevolg van het gehouden experiment. Daarmee was en is
het voor Jongejan en Langedijk een zinnig experiment gebleken.
Toen de repetities voor de voorstelling Tweeledig aan de gang waren, betrokken Jongejan
en Langedijk samen een huis op de Koningstraat in de Schaakwijk in Utrecht. Dat hadden
ze ook zo beraamd, al in het begin. Bundelen van krachten en boekenkasten noemden ze het.
Jongejan's vriendin (inmiddels echtgenote) kwam er ook bij wonen. Eigenlijk (nogal
onverschillig afgesproken) omdat er een huis was omdat zij in Friesland woonde terwijl
ze in Utrecht studeerde: het was praktisch. Toen woonden er een drie-eennheid op de
Koningstraat in Utrecht.
In dit huis startten Jongejan en Langedijk met de uitvoer van het plan op waar ze al
een paar jaar mee rondliepen: het oprichten van een stichting om hun podium-ambities
en literaire driften te etaleren/exploiteren. Na een aantal wekelijks gehouden vergaderingen
(met notulen en agenda) in de huiskamer op de Koningstraat, kwamen ze tot een brief aan
een aanbevolen notaris. Deze notaris zou, wanneer men een mooi plan en heel veel enthousiasme
en vastberadenheid toonde, eventueel een flinke korting op de notariële akte geven. Ze
schreven wat bij Tweeledig de boeken in gegaan is als de Brutale Brief en de geadresseerde
notaris van Grafhorst (inmiddels genietend van een welverdiend pensioen) nodigde hen uit
voor een gesprek. Tweeledig werd opgericht. Met de (nagenoeg gratis) statuten ging Jongejan
naar de Kamer van Koophandel, en met het daar verkregen KvK-nummer schreven ze de Postbank
aan voor een zakelijke girorekening. Op 22 april 1997 was Tweeledig een operabele stichting.
Daarna richtten ze zich op enerzijds het snel uit te brengen Nul-numer van het nieuwe
tijdschrift De Eendagsvlieg en anderzijds op de spoedig te starten repetities voor de
eerste voorstelling. De Eendagsvlieg werd genoemd naar het aller eerste idee voor een
theatergroep, enkele jaren daarvoor, vlak na het examenjaar, door hen bedacht met een
pen en een grote gele envelop, op de slaapkamervloer van Langedijk op een zaterdagochtend.
|